Hoe kunt u de oppervlakte van een rechthoek uitrekenen?

Om de oppervlakte van een rechthoek uit te rekenen heeft u twee gegevens nodig, namelijk de lengte en de breedte van de rechthoek (of korte zijde en lange zijde). Voorbeeld:

Rekenvoorbeeld vierkante centimeters

De bovenstaande rechthoek is 4 cm breed en 10 cm lang. De oppervlakte is het aantal vierkante centimeter die in de rechthoek passen. Door om de centimeter lijnen te trekken verdelen we de lengte in 10 stukken van 1 cm en de breedte in 4 stukken van 1 cm. We tellen nu 10 × 4 = 40 vierkantjes van 1 cm lang en 1 cm breed.

Om de oppervlakte te berekenen moet u dus de volgende formule gebruiken:

korte zijde x lange zijde = oppervlakte

in dit geval is dat:

4 cm x 10 cm = 40 cm²

Er staat als eenheid cm², dus cm met een kleine 2 boven achter cm. Dit betekent dat het een oppervlakte-eenheid is; cm² wordt uitgesproken als 'vierkante centimeter' en betekent eigenlijk niets anders dan cm × cm.

Als je de maten in meter hebt, bijvoorbeeld een rechthoek van 6 meter bij 3 meter, wordt de oppervlakte automatisch in 'vierkante meter'. Dus:

6 m x 3 m = 18 m²

De korte zijde en de lange zijde moeten in dezelfde lengte-eenheid zijn. Als je een rechthoek van 50 cm bij 4 m hebt, kun je de oppervlakte op twee manieren berekenen, namelijk:

0,5 m x 4 m = 2 m²

of

50 cm x 400 cm = 20.000 cm²

Zoals je al ziet is de oppervlakte van een rechthoek van 50 cm bij 4 m gelijk aan 2 m², maar ook aan 20.000 cm². Blijkbaar is 2 m² dus hetzelfde als 20.000 cm². De punt "." wordt gebruikt om duizendtallen aan te geven en te scheiden.